leven op groen gras

Ik reed tussen fauna en flora met Stijn Coninx zijn gedachten op een wegel die sinds kort niet meer mag worden befietst. Op dat moment van de dag jaagde ik niemand daar op en dus stapte ik enkel af om foto’s te maken en om een eekhoorn te laten passeren.

Brood en foto van mijn vader 🙂

De klant die afrekende kreeg moeilijke vragen: wou ze een brood, gebak of twee koffiekoeken gratis? Ze kon ook nog verder sparen. De vrouw zei: ‘geef mij maar gebak’ en ze wees naar de aardbeientaart. De verkoopster stelde teleur, ‘enkel de pateetjes’ corrigeerde zij. De klant werd in staat van verwarring gebracht en besloot verder te sparen, ze zei vervolgens nee op het zakje, de sticker en het de tombola en zelfs op het wisselgeld dat ze kreeg.

Stijn Coninx vertelde dat hij een auto bestelde zoals hij een brood kocht. Dan gaat hij naar dit soort bakker, dacht ik.

‘Uw’ brood in ruil voor mijn geld. In die simpelheid wil ik leven.

Op de retour liepen tientallen lopers over het pad. En hoewel ik trager fietste dan dat zij konden lopen stapte ik af en respecteerde het bord met: fietsers afstappen zodat je de wandelaars niet opjaagt.

Na de middag

De poort was dicht en het welkomstbord niet meer in zicht.

Net toen ik aanstalten maakte om te vertrekken kwam er een man uit de blauwgrijze poort. Zijn handen rolden een kruiwagen vooruit met daarin wat alaam voor het tuinwerk.

‘Kom binnen’ zei hij.

Hij toonde mij wat hij verkocht. Het waren flessen en potten waarin medicijnen hadden gezeten. De meeste in bruin glas met een glazen stop erop. Soms was die stop diamantvormig maar er waren ook hartjes te koop.

‘Te koop’ was een relatief begrip. Zonder de zegen van de uithuizige vrouw zou hier niks vertrekken. Ik toonde begrip, stelde een assortiment kleine flesjes samen en sprak af dat ik telefonisch met de vrouw zou onderhandelen.

De man toonde mij zijn (be)doening(e) (dat woord wordt lokaal nog vaak gebruikt). Hij bewoont een zéér oude vierkantshoeve met rond-om-rond land waarop fruitbomen en gevogelte groeien.

Achter de toegangspoort had hij een installatie gemaakt met de verlostafel van zijn voorouder-zaliger. Een houten tafel met een opklapbaar deel en lederen beugels om de enkels van vrouwen in te laten rusten. Er is geen kind meer in leven die daarop ter wereld kwam en ook de moeders zijn lang dood. De man had het kunstwerk opgedragen aan zijn overleden verleden. Het waren vlerken die zijn dochter in gedachten hielden. Het verlies was geen katalysator geweest maar wellicht wel de reden om niet meer te stoppen met het maken en schrijven van kunst.

De man leek gelukkig te zijn met zijn omgeving. Elke ochtend genoot hij mee met de dieren. Het speet hem dat dit niet de omstandigheden waren waarin zijn zoon wou leven. Voor hetzelfde geld kocht die een all-in-one villa in het miljoenenkwartier. Ver van de vrije natuur, met groen gras. “Mijn dochter was hier wél komen wonen”, zei hij en hij staarde zijn droefenis vooruit. Hij en zijn dochter zijn voor het spirituele deel van zijn leven, tezamen gestorven, dacht ik.

Om écht eenzaam te zijn moet je een periode voor twee hebben geleefd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s