Zwijgen

Buiten was er geen feest. Hier en daar zag ik mensen naast en achter elkaar zwijgen-of-fietsen maar hun sfeer had niks om naar te verlangen.

Op het punt waar een wegel in de hoofdweg uitmondde hoorde ik drie vrouwen luid de stappen tellen die ze hadden gewandeld. ‘Ik denk dat we aan 10 000 stappen komen’, zei de molligste maar de kleinste stelde teleur.

Met hun slappe rugzakjes waren ze, vanuit hun profiel bekeken, symmetrisch. De langst zwijgende bood droge worsten aan maar ze had ook chocoladerepen en bananen bij zich.

Ik moest vaststellen dat de mensen die zich alleen bewogen nóg vriendelijker waren dan deze die hondjes of kindjes trokken.

Niet altijd wandelde ik hen voorbij. Ik stond ook al eens op het dak van mijn auto omdat het perspectief me van-daar-af meer interesseerde. Op rustige paden kon dat geen kwaad. Daar werd de autonome klimmende, fietsende of wandelende mens gelijkgesteld met grazende dieren. De groepen of duo’s beliepen de verdere drukkere paden.

Het was niet omdat ik aantrok dat ik mij iets aantrok van hoe men mij interpreteerde. Ik wou enkel een goede foto maken en dat is me uiteindelijk niet goed gelukt.

Geen zorg! Ik bezocht op de retour nog wat publieke boekenkasten. Naast mij lag het stapeltje boeken in return. Van bij het eerste kastje had ik geluk. Ik had Bernlefs ‘De Pianoman’ nog niet gelezen en ik nam het mee in ruil voor ‘Het diner’ van H. Koch.

Ik las het boek net blij uit.

Het verzamelen van gedragspatronen lijkt op het uitstrooien van kiezels zodat ik, op een bepaald moment de weg terug kan nemen.

We denken gedurig van A naar B en ik benut met plezier alle omwegen om iets van mezelf of van anderen te bekomen. Er bestaat geen norm voor het proces om iets te bereiken en dus zou ‘via Parijs naar Brussel gaan’ voor elke Vlaming een aantrekkelijke optie kunnen zijn.

‘Het is een gebrek’ zegt de een, ‘het is een talent’ zeggen anderen. Het hangt van de context af, denk ik. Ik pas niet in lineair denkende settings en velen met mij. Enkel bij vrijheid kan ik renderen.

In ‘De Pianoman’ wil een mens niet praten. Een leerkracht leert hem piano spelen en daarmee is alles, behalve het plot, uitgesproken.

Een groot wielrenner kon, als leerling, voor de klas niet spreken. Met spreekbeurten zakte hij in vele registers onder het gemiddelde. Maar wanneer hij een koers won sprak hij een veelvoud van leeftijdsgenoten toe en-plus al hun ouders, familie en co…

‘Het spijt me’, zei de leerkracht opnieuw, ‘de volgende keer beter’. Maar de betere en volgende keer was niet in de klas en dus telde het voor de punten niet mee.

Ik was nooit de beste van de klas op school, maar mijn klasgenoten moeten het potentieel in mij hebben gezien, want mijn bijnaam was Einstein.

Stephen Hawking

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s